Het gesprek met: Guido Jansen, dirigent van het Nijmeegs Jeugdorkest Corrente

Guido Jansen geeft vioolles en is dirigent van het Nijmeegs Jeugdorkest Corrente. Corrente is een van de grootste jeugdorkesten van het oosten van ons land. Zeventig kinderen van zeven tot twintig jaar spelen er cello, contrabas, dwarsfluit, hobo, dwarsfluit, maar natuurlijk vooral viool. Ze repeteren iedere woensdag in de Lindenberg. Zondag 15 januari treden ze op in de aula van het Stedelijk Gymnasium.
 
Veel leerlingen komen uit de Hazenkamp?
Ja, daar wonen veel hoogopgeleide ouders uit de academische wereld met een traditie van zelf muziek maken. Hoewel die traditie wel aan het verdwijnen is. In het begin kwamen de kinderen hier spelen, omdat papa of mama of oma een instrument bespeelde. Dat zie je minder worden, maar dat heeft ook goede kanten: de kinderen kiezen er nu zelf voor. Ze hebben bijvoorbeeld een keer het instrument gehoord en vallen op de klank. Soms snappen ouders ook niet waarom.
 
Waarom is het voor kinderen leuk om in een jeugdorkest te spelen?
Op school zijn ze een vreemde eend in de bijt. Als je in een klas vraagt hoeveel er een instrument bespelen, gaan er één of twee vingers omhoog. Zij vinden elkaar in een orkest. Samen spelen verbindt. Kinderen zijn dan langer gemotiveerd om te blijven spelen.
 
We maken uitstapjes naar festivals van jeugdorkesten. We zijn in België geweest, in Zweden, Denemarken en Linz in Oostenrijk. Ook dat verbindt en het is leuk om kinderen uit andere culturen te zien spelen. In Linz hebben we op straat staan spelen en daarmee kregen we een heel enthousiast publiek.
 
We zijn zeventien jaar geleden begonnen als samenspeelgroep in de Lindenberg. Een groep betrokken ouders heeft de stichting Nijmeegs Jeugdorkest Corrente opgericht. Zij helpen een reis of weekend organiseren of regelen bijvoorbeeld kleding voor een optreden.
 
Brengen kinderen de discipline op die nodig is om samen te spelen?
Je bent afhankelijk van elkaar, bijvoorbeeld bij een repetitie. Samen spelen is iets magisch. Meegaan in een groep, dat is een conditie die wordt gesteld, een element dat ze in deze individualistisch ingestelde maatschappij nergens meer tegenkomen. Kinderen zijn er trots op als dat lukt. Ik gun ze dat soort momenten.
 
Maar het is ook een mentaliteit. Het kostte dit jaar bijvoorbeeld veel moeite om de jongste groep de driekwartsmaat en de vierkwartsmaat in dezelfde puls te laten spelen. Vroeger probeerden ze mee te gaan. Nu spelen ze wel hun eigen partij, maar gaan meer hun eigen gang. Dan luisteren ze niet naar elkaar. Ze zijn eerder klaar of hebben aan het eind nog een paar akkoorden te gaan.
 
Het is toch ook moeilijk?
Ja, het is veel tegelijk. Dan is er ook nog een instrument en een dirigent die iets staat te doen. In het begin is het een chaos. Maar in deze periode van het jaar komt het allemaal bij elkaar en dan gebeurt er ook voor de kinderen iets bijzonders. Dat is altijd een wonder. Daar komt de beweging van de stokken bij, zodat er behalve te luisteren ook veel is te zien.
 
Hoe vaak treden jullie op?
Er zijn twee groepen, ingedeeld naar leeftijd, niveau, aanleg. De oudsten treden vier keer per jaar op, de jongsten drie keer. Sommigen spelen bij sommige stukken met de andere groep mee. De groten hebben een voorbeeldfunctie en dat werkt wel. De jongeren denken dan: ‘dat wil ik over een paar jaar ook kunnen’.
 
Gaan er veel verder in de muziek?
In studentenorkesten bijvoorbeeld in Utrecht of Leiden kom ik veel oud-leerlingen tegen. Als beroep is de muziek maar voor een enkeling weggelegd. En ik praat het ze ook uit hun hoofd. Het is lastig om musicus te zijn, de toekomst is hopeloos, ook door de bezuinigingen. Als een leerling met negens slaagt voor het gymnasium en twijfelt tussen een medicijnenstudie en het conservatorium, dan zeg ik: ‘zorg als medicus voor een goed inkomen en neem daarnaast goed les’.
 
Maar als je het leuk vindt, moet je ervoor gaan. Wat dat betreft vind ik dat ouders soms ook wel te gemakkelijk zijn als een kind bijvoorbeeld geen zin heeft om een half uur of driekwartier per dag te studeren. Ze zouden meer moeten knokken voor de talenten van hun kind. De kinderen zijn het aan zichzelf verplicht te worden uitgedaagd, of het nu gaat om muziek of om voetbal. Dat is toch het grootste cadeau dat je kunt krijgen: als je iets goed doet.
 
Meer informatie:stuur een email of kijk op www.corrente.nl

Reacties